Author

jvhoof

Browsing

Reizen met onze honden is één van onze favoriete activiteiten. Heel af en toe bezoeken we eens een stad ofzo zonder hen, maar oooh wat missen we ze dan! Tijdens de zomermaanden zijn we dol op kamperen hier in Scandinavië, maar eenmaal de herfst zijn intrede maakt, en de nachten bitter koud kunnen worden, verkiezen we het comfort van een vast dak boven ons hoofd. Een plek waar we natte honden na druilerige wandelingen kunnen afdrogen en we rustig een kop thee kunnen zetten zonder het hele interieur te verbouwen. Hun gemak telt net zozeer als ons gemak.

Vaak checken we Airbnb voor gezellige en hondvriendelijke plekken en tot nutoe hebben we niets anders dan topervaringen gehad. Airbnb, net zoals sommige andere sites misschien, geeft je de keuze tussen appartementen, een kamer bij iemand thuis, of een hele woning. Met 3 honden verkiezen we een hele woning voor onszelf. Oona is een goede waker en durft wel eens te blaffen en we zijn ook gewoon gesteld op onze onafhankelijkheid.

Mijn honden zijn geen perfecte harige superwezens, en net zoals wij hebben ze hun eigenaardigheden en werkpunten (hihi) en net daarom wil ik hier graag met jullie delen hoe wij zo een trip met de viervoeters aanpakken. Net door met de honden en hun karakter rekening te houden, kunnen we ook hen een toffe ervaring bieden, eerder dan een stresserende tijd.

1. Locatie:
Hondevriendelijk. Gezellig. Rustige omgeving.
Wetende dat mijn honden waaks zijn, na 2 jaar pandemie niet veel drukte meer gewoon zijn en veel beweging nodig hebben, zoeken we een plek met veel natuur in de buurt voor lange wandelingen. Hier in Zweden is het soms uitkijken met de hoeveelheid rommel dat mensen doorheen de jaren binnen duwden in hun vakantiewoning en zelfs al valt de rommel mee, dan nog rol ik vaak matten op en stop ik sierkussens is 1 of andere kast tijdens ons verblijf.

2. Zacht en comfortabel.
Mijn vorige honden waren misschien meer gewoon op gebied van logeren en zich aanpassen, maar voor Oona en Lizzie helpt het enorm om hun favoriete deken en kussen mee te nemen. Eender waar we gaan, zelfs al verblijven we onderweg op een camping of in een kamer van een weghotel, als hun kussen of doek mee is, dan weten ze meteen waar ze zich rustig neer kunnen leggen. Bij ons thuis mogen ze op de zetel slapen en die vrijheid gun ik ze bij voorkeur eveneens op vakantie, daarom zijn lederen zetels super handig, maar als er stoffen zetels staan, dan nemen we een paar beschermhoezen mee.

3.Lange wandelingen
Het grootste plezier voor ons allemaal is er samen op uit trekken en de nieuwe omgeving nieuwsgierig verkennen. Lange wandelingen langs het strand, door de bossen, langs kliffen en via stroompjes. Een heerlijk hondenleven, nietwaar! Een nieuwe omgeving, nieuwe indrukken, het lijkt ons allemaal eens zo goed te doen slapen nadien 🙂

Stevig ingepakt voor een strandwandeling in Denemarken.

4. Knauwbeentjes en snacks.
Als er ook maar een hint aan energie over is na de wandeling, dan zijn het wel smakelijke snacks die zorgen voor de ultieme overgave aan het zandmannetje. Lekker knabbelen zorgt voor mijn altijd-hongerige wolven voor het ultieme gelukzalig gevoel. Elke hond is anders natuurlijk, misschien heeft jouw hond meer aan zijn favoriete speeltje, maar mijn doggies (vooral Mogwai dan) worden daar soms enkel drukker van. Een snack, daarentegen, is zo’n beetje hun pauzeknop. Ze kiezen dan allemaal een plekje ver weg van de anderen, peuzelen elk klein kruimeltje op, gaan dan nog een keer checken of de anderen niets lieten liggen en rollen zich vervolgens op hun favoriete plekje op in een bolletje en vallen vervolgens in slaap.

5. Routine.
Ik heb gemerkt dat zolang we een routine inbouwen, zelfs als is die helemaal anders dan thuis, we behoorlijk kunnen afwijken van hun normale gewoonten. Om een voorbeeld te geven: hier in huis slapen de honden waar ze willen, maar soms op vakantie nemen we de bench mee en vooral voor Oona zorgt dat gek genoeg voor meer rust en structuur. Wanneer ze denk dat het tijd is om te gaan slapen, dan trekt ze zich vanzelf terug in haar bench. Een onbedoelde gewoonte die er na 2 jaar pandemie is ingeslopen, is dat alle 3 de doggies vooral hun behofte doen wanneer ze niet aan de lijn lopen- en dat is natuurlijk niet altijd handig in een nieuwe omgeving. Daarvoor nemen we dan een lange lijn mee, en dat werkt prima. Een stedelijke omgeving kan nogal een uitdaging zijn, want geen van de drie zet zich open en bloot op een betonnen plein.

6. Geduld.
Weet je, soms loopt er eens iets niet zoals je zou hopen. Misschien blaffen ze eens bruut naar de buurhond, willen ze hun behoefte niet doen, vinden ze hun plekje niet meteen of is er een geluid dat voor stress zorgt. Ook wij geraken wel eens van slag op vakantie denk ik dan. Op zo’n momenten probeer ik er te zijn voor mijn honden en het wenselijke gedrag te stimuleren, wetende dat ook een vakantie een leerproces kan zijn. En soms laat ik het ook gewoon voor wat het is.
In een huisje op een camping waar we 1 nacht verbleven, had men het geweldige idee om aan het voeteinde van de stapelbedden een raam te voorzien. Dat raam was op Lizzie’s ideale hoogte om de godganse nacht als een bezetene naar buiten te staren in de hoop 1 van de vele hazen met haar ogen te kunnen vangen. Als er dan zo’n langoorig creatuur in beeld kwam, zat ze hevig te trillen en soms zelfs te piepen. ’s Ochtends stond ze nog zo hevig dat ze zelfs geen plasje wou doen. Goh ja, dan lachen we eens met Lizzie’s rabbit-tv, steken we haar de auto in en proberen we het een uurtje later nog eens 🙂


De jasjesbrigade op het strand.

Van vroege vogels tot nachtbrakers, we hebben het allemaal, dus je kan je al voorstellen wat een uitdaging het was om ochtendroutinete vinden die voor iedereen werkt.

Mogwai is de enige hond uit de huidige roedel die als puppy bij ons arriveerde, dus ze groeide gemakkelijk in de gewoonten die we al hadden met Ziggy en Ravasz (onze twee oudere honden toen). Toen Oona als slungelpuber van 5 maanden oud arriveerde, was het februari, één van de koudste maanden van het jaar hier in Zweden. En ze was zo lek als een zeef. Afgezien daarvan voelde ze zich ’s ochtends vaak misselijk en had ze meteen eten nodig. Het mooie was dat ze ons tenminste wakker maakte als ze moest gaan, die waarschuwing kregen we overdag niet. Na alle worstelingen en moeilijke nachten (en ochtenden) met Oona, was Lizzie easy peasy. Toen ze eenmaal thuis versus tuin/buiten begreep, werd ze zelfs uitermate kieskeurig over waar en hoe, wat betekent dat ze kan besluiten om zaken over te slaan op regenachtige dagen. Maar goed, als we een lange wandeling maken, kan ze de bosjes niet weerstaan, eender wat voor hondenweer het is.

Hoe onze routine er nu uitziet (het verandert een beetje met de seizoenen): 7.00- 7.30 Joeri staat op, gaat vaak eerst douchen terwijl de honden nog liggen te dutten. Ze kennen zijn gewoonten zo goed dat ze weten wanneer ze moeten opstaan ​​en naar de deur moeten rennen. Maar tot dat magische moment zou geen enkel geluid verklappen dat ze naar je kijken. Voor ons is dit hemels. We hebben 3 zeer actieve honden, maar ze houden van een goede, langzame ochtend ? Als Joeri als eerste opstaat, maakt hij meestal een korte wandeling langs het pad aan ons huis en geeft ze dan eten. Ik ben meestal wat later maar ik ben ook geen ochtendmens dus ik doe gewoon de voordeur open en laat ze even in de tuin spelen hihi. Ondertussen maak ik hun eten klaar. Na het ontbijt gaan ze weer slapen. Indien mogelijk in de zon. En als ik nog slaap, kruipen ze tegen me aan. Allemaal superstil, ze bewegen niet eens als ik opsta. Ik hou enorm van die momenten en geef ze altijd een kus.

Vanaf hun eerste dag hier, of het nu een puppy of een oudere hond is, laat ik hen minstens een uur na het ontbijt rusten. Op een gegeven moment wordt Lizzie wakker met een volledig opgeladen batterij. Hongerig naar actie zoekt ze Oona. Ik heb dit een paar keer gezien en het is subtiel maar geweldig hoe ze communiceren. Op de een of andere manier laat ze zien dat ze wil spelen, door de manier waarop ze langs Oona loopt. Dan rennen ze naar boven en worstelen ze op het bed 🙂

Hier in Zweden verschilt ons ritme net zo sterk als de uren licht dat we op een dag hebben. In de zomer zijn we vaak vroeger op en maken we voor de hitte een lange wandeling of gaan we zwemmen, en herhalen we dit nog een keer ’s avonds. Tussendoor spelen ze dan wat in de tuin. Tijdens de donkere wintermaanden is er slechts voor 1 stevige wandeling tussen de middag tijd of spelen ze in de tuin. Net zoals op hete dagen, moeten we ook bij zeer koude dagen inschatten wat haalbaar is qua beweging.

Tie-dye is overal en net als de geur van muggenspray, doet het me denken aan eindeloze zomers uit mijn kindertijd en scoutskampen. Oh, nostalgische gevoelens en gelukkige herinneringen! Niets anders schreeuwt zoveel vrijheid, vreugde, warme zomerdagen en plezier als tie-dye en ik hoop echt dat deze generatie kinderen het net zo zal koesteren als wij in de jaren 80 en 90!

Hoewel winkels natuurlijk ook kleurrijke items aanbieden, denk ik dat het grootste plezier is om zelf aan de slag te gaan. Experimenteren, je hand vuil maken en nieuwsgierig zijn naar wat het eindresultaat zou kunnen zijn. Zelfs na al die jaren was het een waar plezier om een middag met inkt en stof te spelen om voor de doggies een bandana te maken. En ja, maar twee want meer stof kon ik niet vinden haha. Dit katoen was trouwens van een proefrokje dat ik op school maakte toen ik 14 was!

Stap voor stap:
Eerste stap: alle gereedschappen en materialen op hun plaats krijgen. Ik heb 2 bandana’s gemaakt, al aan elkaar genaaid, maar je kunt zelfs een vierkant stuk wit/licht katoen nemen zonder het zelfs maar te naaien. Je zou zelfs kunnen kiezen voor franjes aan de randen.


Je hebt ook nodig:

– handschoenen
– elastiekjes
– textielverf.

Ik had een paar oude flessen die je moet mengen met zout en een fixeermiddel, maar er zijn modernere en helder gekleurde oplossingen verkrijgbaar. Mijn kleuren zijn niet super fel en het blauw was na al die jaren een beetje droog.

Stap 2: Op zoek naar een patroon of gewoon op goed gevoel en de elastiekjes heel strak op de stof trekken. Ik vond wat inspiratie online, maar deed het uiteindelijk gewoon op de ouderwetse manier.

Ik begon met het gieten van stukjes verf op de bandana’s en liet er later een paar voor een langere tijd in weken.

Lekker smodderen 🙂

Het blauw dat al wat moeilijk deed was niet meer zo goed te zien als vroeger, dus ik heb wat nieuwe verf gemengd en opnieuw geweekt. Als je verse verf in felle kleuren koopt, heb je waarschijnlijk helemaal geen problemen, maar persoonlijk hou ik van deze iets minder chemisch ogende kleuren.

Een andere reden om bij deze kleuren te blijven, was dat de bandana’s nu passen bij de zelfgemaakte katoenen leiband die we een paar jaar geleden maakten.

Het enige wat ik nu moet doen is een ander stuk stof vinden zodat ik een derde bandana kan maken zodat al mijn honden helemaal klaar zijn voor de zomer!

Dalarna, de Zweedse provincie waarin we nu wonen, werd gevormd door de mijnbouw. De kopermijn van Falun is waarschijnlijk de bekendste omdat deze ooit 2/3 van Europa’s koperbehoefte produceerde en de bijproducten ervan resulteerden in bekende rode verf voor huizen in het hele land. Het was actief van rond de 10e eeuw tot 1992 en is nu een UNESCO-erfgoed en museum. Behalve de grote kopermijnen, is de aarde hier bewezen rijk te zijn aan allerlei interessante mineralen en ertsen, variërend van kwarts en marmer tot ijzer, koper en zilver. Maar zelfs na eeuwen van graven zijn er nog steeds schatten te vinden voor zowel bedrijven als nieuwsgierige zwervers zoals wij.

Na een millennium van graven en het komen en gaan van vele koningen, heeft de tijd veel sporen geslagen, maar er is een enorme inspanning geleverd om de geschiedenis van dit gebied te bewaren en te delen. Op sommige plaatsen ziet het er een beetje triest uit met nog maar een paar stenen en een droge tekst die uitlegt dat er ooit in 1600 of zo wat schuren waren. Nou… dat boeit me niet zo. Op andere plaatsen, zoals Flatenbergs hytta in Smedjebacken, zijn meer gebouwen bewaard gebleven, en ook een paar foto’s zodat we kunnen begrijpen hoe de gebouwen eruit zagen en waarvoor ze werden gebruikt.

Het gebied is gratis toegankelijk en ligt in een rustige omgeving, en dat is iets wat ik erg leuk vind aan veel van deze historische plekken. Je kunt een korte fika-pauze houden, iets nieuws leren en het opnemen in een wandeling of rondleiding door het gebied – zonder de moeite om all-in te gaan op een lange geschiedeniswandeling in een museum. En de honden kunnen gewoon mee.

Als je goed kijkt – hopelijk lukt dat op je scherm – zie je felblauwe en groen gekleurde stenen. Het zijn geen echte stenen, maar een bijproduct van smeltend ijzer. Ze worden bergslagsten/slagsten genoemd. Soms schrijft men ook Zweeds blauw, maar dat is ook een eendenras, dus dat kan voor verwarring kan zorgen :-).

Deze groene en blauwe stenen zijn zo mooi dat ik ze al een tijdje verzamel – niet van de ruïnes natuurlijk, maar als je goed oplet kan je ze op tal van plekken gewoon tijdens je wandeling vinden. Sinds ik een paar weken geleden een stenentrommel heb gekregen, verwerk ik een deel van de slagstenen om ze glad en gepolijst te maken. Ik ben benieuwd hoe dat gaat aflopen!

Nooit eerder was het zo een uitdaging om een nieuwe lens te kiezen!
Het zou kunnen dat ik zo gewoon ben aan wat Nikon te bieden heeft, of dat hun lenzen het van nature een supergoede match voor me zijn, maar nu voelde ik me compleet verdwaald. Maandenlang las ik recensies maar geen enkele leek de doorslag te kunnen geven. Geen enkele deed een vreugdevol Eureka moment opborrelen.

Omdat je misschien geïnteresseerd bent in deze specifieke lens of ook je research doet om uit te zoeken of het een goede match voor je zou zijn, zal ik je door mijn lens-picking-proces en ervaring vertellen: Omdat ik bijna 20 jaar fotografeer, heb ik een mooie verzameling lenzen die ik jarenlang heb verzameld (en intensief heb gebruikt), maar ik neem wel steeds heel bewust de tijd om na te gaan welke lens ik zou kunnen gebruiken. Ik verzamel niet om het verzamelen zelf- een echte gear junkie ben ik in geen geval. Fotomateriaal, dat is om een creatieve visie tot leven te brengen, om te gebruiken, tools.

Elke lens heeft zijn eigen karakter, zijn eigen resultaten en stijl, zodat ik precies weet welke lens ik moet kiezen als ik een bepaalde opname in gedachten heb. Online kom ik vaak de vraag tegen: “welke lens moet ik (als volgende) kopen?” – maar er bestaat niet zoiets als een hiërarchie van lenzen om te kopen of alle dingen die je moet hebben verzameld om naar het volgende niveau te gaan, we zitten niet in een Mario game hé.

Als we begrijpen dat elke lens een mix is ​​van technische aspecten die de kenmerken van het resultaat bepalen, is het veel logischer om je af te vragen: “Wat heb ik nodig?”. Wat ontbreekt er in mijn fototas? Wat voor effect wil ik bereiken?

Toen ik de Fuji camera kocht, leende ik Joeri’s lenzen. Een beetje met het idee dat als de camera me niet beviel, dan had hij een upgrade. Mijn eerste gevoel was dat deze Fuji me te digitaal was. En ik besef heel goed dat dat bizar klinkt, zeker voor iemand die al jaren digitale foto’s maakt- ookal gebruik ik met veel plezier vintage lenzen. Knapperig en scherp is waarschijnlijk een goede zaak voor de meeste mensen, maar ik hou van een soort zachtheid in mijn beelden. Misschien is het zelfs een deel van mijn identiteit als fotograaf. En ik ben misschien wat old school. Heel erg oldskool.

De vereisten:
– Ik ging op zoek naar een lens met een diafragma van minimaal 1.4 of 1.8 om een zachtere bokeh te krijgen. Vooral wanneer je fotografeert in een gebied met een drukke achtergrond, zoals een bos, helpt het veel om je onderwerp van de achtergrond te scheiden. Een telelens zou ook helpen, maar die zijn vaak groter en zwaarder en dienen niet het doel van een lichte en gemakkelijke reisset.

– Het moest ook een prime-lens zijn, omdat ik daar de voorkeur aan geef. Ik hou van het gebrek aan opties, de scherpte en het natuurlijke gevoel van fotograferen. Voor de meeste merken zijn er opties voor zoomlenzen met een groot diafragma, maar die zijn meestal duurder.

– De camera wordt meestal gebruikt om met mijn honden door het bos te dwalen (en in normale tijden te reizen), dus ik wilde dat de lens weerbestendig en duurzaam was. In het ideale geval zou het weer een pancake-lens zijn – en ik heb tot de lensgoden gebeden om er een uit te brengen, maar dat gebeurde niet. Maar over het algemeen is een beetje gewicht niet erg. Wat zijn tenslotte een paar gram als je jarenlang een gigantische rugzak met twee camera’s en een heleboel lenzen hebt meegesleept?

-En om helemaal eerlijk te zijn, … wilde ik een lens die me meer van het gevoel/de stijl zou geven die ik had bij het fotograferen met mijn Nikon D800. Heb ik dat echt hardop gezegd? ?

-Op de D800 is de 50 mm 1.4 mijn meest gebruikte lens. Het is degene die ik altijd zou vervangen als het kapot ging. Degene die ik nooit achterlaat. Hierdoor was ik er vrij zeker van dat ik een lens wilde die op dezelfde brandpuntsafstand zou lijken. Het kan een 35 mm zijn (wat vergelijkbaar is met 50 mm op een full-frame camera) of een 56 mm die er superduper goed uitziet, maar ook veel duurder is.

Natuurlijk kwam geen van de beschikbare lenzen exact overeen met AL mijn criteria – oh dat zou me een paar grijze haren bespaard hebben! Ik slaagde erin om het te beperken tot een paar versies van de 35 mm. De ene was goedkoper, snel, had een f2.o en was weerbestendig, de andere was luidruchtig, f1.4, langzaam en niet weerbestendig. Je zou denken dat de keuze makkelijk zou zijn geweest… maar nee.


Omdat ik door de bomen het bos niet meer zag, mailde ik collega-fotograaf Bert Stephani, ook Belgisch, coole kerel en fervent Fuji-gebruiker. Ik volg hem al jaren, heb een workshop gedaan, de video’s van de Bounce Squad bekeken en zijn werk door de jaren heen zien evolueren. Hij heeft zowel een grote technische kennis als een talent voor het vertellen en documenteren van verhalen. Geduldig vertelde hij me over verschillende opties en zijn ervaring terwijl hij probeerde te begrijpen waar ik naar op zoek was. Na dit gesprek was het glashelder voor welke ik zou gaan. Geen twijfel meer. Geen uitstel meer. Ik heb de 35mm f1.4 besteld. De langzame, niet weerbestendige en ruislens. En werd er verliefd op. Instant (lens) crush.

Dit was een van de eerste buitenopnames en het moment dat ik wist dat ik de juiste keuze had gemaakt.
Zoals je kunt zien, is Oona’s snoet scherp en valt de achtergrond zacht weg. Ondanks alle rommel van omgevallen bomen, stokken en rotsen, valt Oona op door de beperkte scherptediepte. Ook al heeft ze bijna dezelfde kleur als de achtergrond (Oona kan verdwijnen door stil te staan, daarom draagt ​​ze bijna altijd een bandana ) Ik begrijp waarom ze deze lens luidruchtig noemen, want je hoort inderdaad een beetje meer zzz-zzz bij het scherpstellen, maar aangezien ik er geen vogels mee besluip, heb ik er totaal geen last van. Hoewel ik geen idee heb hoe snel de andere lenzen zijn, voelt deze me op geen enkele wijze opmerkelijk traag aan. Zelfs in video-mode past de focus zich goed aan. Misschien moet ik eens wat rennende en ravottende honden proberen vast te leggen- de kans is groot dat ik daar dan wel een verschil merk.

Deze week heb ik ook een set macrofilters en een converter besteld om lenzen met een Nikon fitting op de Fuji te kunnen gebruiken. Met de converter verlies ik de autofocus, maar ik heb een paar lenzen die toch geen autofocus hebben (zoals een vintage Russische lens, Lensbaby Twist 60 en Sweet 35.) Ready to play!

Een paar maanden geleden, tijdens de donkerste maanden van 2020, begonnen we met het verkennen van allerlei soorten ambachten/crafts. Deels om iets te doen te hebben als het pikdonker was en buiten regende, maar ook om onze nieuwsgierigheid te voeden door steeds nieuwe dingen te leren.

In normale tijden hielden we ervan om allerlei soorten workshops en lessen bij te wonen. Nu is dat noodgedwongen veranderd naar online leren en boeken – ja, ik ben nog steeds dol op echte papieren boeken! Zeep was een van de dingen die ik jarenlang wilde proberen, maar het uitgebreide proces maakte me een beetje onzeker omdat je in sommige fasen heel voorzichtig moet zijn.

Gelukkig was Joeri ook aan boord en heeft hij veel meer ervaring met het omgaan met hete keukenspullen, het mixen van enge producten en het analyseren van processen. Dus gingen we samenwerken en terwijl hij alles las over de verschillende processen en belangrijke overwegingen, dook ik in de wereld van etherische oliën en het mengen van geuren. Samen hebben we eerst het smelten en gieten van zeep geprobeerd en later zowel het warme als het koude proces.

Deze twee bars zijn speciaal gemaakt voor de honden, volgens een recept uit het boek: Natural soap making book for beginners by Kelly Cable. Alleen voor de geur suggereerde het boek essentiële oliën van Geranium en Cederhout, maar we gebruikten een mix van een beetje YlangYlang + Geranium + Atlasceder + lavendel. We gebruikten siliconen mallen in plaats van een grote bak, waarbij je de zeep moet snijden en de zeep er na 48 uur uit krijgen was nog steeds een beetje lastig, dus het oppervlak van de bodem is niet erg glad, maar het werkt.
In de laatste fase moet de zeep 4-6 weken uitharden, dat is nu ongeveer klaar, dus we kunnen deze zeep testen! Ik ben er vrij zeker van dat ik veel enthousiaster ben over het testen van zeep dan mijn honden … hihi. Badtijd is nooit hun favoriet, ze houden gewoon van de stinkende geuren van het bos

PS: de letters werden ongeveer 24 uur na het gieten van de zeep met de hand gedrukt. Ik heb er mijn lederstempels voor gebruikt. Niet hoe het moet, maar goed genoeg :-).

Ik herinner me de verwarring toen vrienden vol enthousiasme vertelden over glijden over een meer op een ‘spark’ (een soort slee). Als Belg leerde om ijs nooit ofte nimmer te vertrouwen, klonk het surrealistisch. Toen ik hierheen verhuisde, was mijn enige ervaring met ijs die paar keer dat ik ging schaatsen in “Antarctica” – een drukke overdekte ijsbaan waar het ruikt naar een mix van roze bubbelgum en stinkende huurschaatsen. Een soort van romantische plekvoor velen blijkbaar, inclusief tienerdrama’s en giechels, maar ik kon de charme niet zien door pijnlijke schaatsen, wiebelende pogingen om de trap op te klimmen om op het ijs te komen, en dan de angst om naar de binnenste cirkel te schuifelen. Zelfs toen ik me op mijn gemak begon te voelen, was ik er vrij zeker van dat die jongens die zo hun best deden om indruk te maken op sommige giechelende meisjes, mijn vingers er af zouden schaatsen als ik zou vallen.

Fast forward een paar kleurrijke jaren en ik heb het ijs practisch voor mezelf. Maar ook een plek waar ijs niet alleen een indoorattractie of achtergrond voor jeugdromantiek is, maar juist iets met zijn eigen regels, dagelijks wisselende looks en magische geluiden.

Het nieuwe jaar ging van start met een paar kraakverse winterdagen met temperaturen tot -17*C (hoewel we de voorgaande winters veel koudere dagen hadden) en we kregen een magisch laagje prachtige verse sneeuw. Met geluiden alsof er een walvis uit de ruimte in gevangen zat, vroren de meren stevig dicht en werden ze sterk genoeg om een ​​auto of zelfs een klein vliegtuig te houden!

We maakten een paar wandelingen over die ongerepte meren (een fantastische ervaring op zich) maar hoorden dat iemand een ijspad op het grote meer had gemaakt (het meeer dat we tijdens Midsommar-avond overstaken per kayak).

NIeuwsgierig gingen we op stap omdat pad te vinden, niet eens heel zeker wat we konden verwachten of hoe het eruit zou zien. Online lazen we dat men al schaatsend van het ene dorp naar het andere kon- maar schaatsen hebben we niet en gewoon te voet was het een tikje te ver.
Toevallig hadden we net de spark op het meer aan onze tuin uitgetest. Ook daar had een buurman een pad gemaakt richting het bos, en we konden er ook gebruik van maken. Aanvankelijk voorzichtig, maar steeds enthousiaster tot we ons klaar voelden om het grote meer te gaan verkennen.

Toen ik de slee op het ijs duwde en begon te trappen om wat snelheid te krijgen, had ik even spijt van mijn keuze. De lucht was ijskoud en scherp en beet in mijn gezicht en borst, de lucht die ik inademde bevroor op mijn snood toen ik probeerde mijn gezicht te bedekken. Van binnen was ik aan het vloeken en discussiëren met mezelf – aan de buitenkant was ik gewoon aan het trappen en trappen, in een poging mijn ritme te vinden. Mogwai rende naast me en Lizzie was een en al zen, ogen op de horizon gericht en ongeloofelijke behoefte aan meer snelheid. Bij de bocht van het pad naar het hoofdspoor vond ik mijn flow en wist ik dat ik alles zou doen om het meer over te steken. Mijn bloed begon te stromen, als bij toverslag was de kou verdwenen. Mijn laarzen krasten over het ijs terwijl ik duwde en de slee maakte een uniek schrapend geluid waar ik van begon te houden.

Bevroren scheuren in het ijs onthulden de bewegingen van het oppervlak waarop we liepen als plooien in onze huid. Toen ik ongeveer halverwege de kerk was, passeerde ik het huisje waar ons Zweeds avontuur begon en even later enkele huizen van vrienden om vervolgens de kustlijn steeds dichterbij te zien komen. De ‘officiële’ start van de baan is een populaire zwemplek in de zomer en het is absoluut een unieke manier om op deze manier aan te komen. We hadden een kleine pauze in de zon (leuk dat deze slee ook een stoel is) voor de run terug. We waren fysiek totaal uitgeput maar voelden ons tegelijkertijd barstensvol energie (en ik sliep beter dan ooit).

Ik deed twee verschillende grote tochten en enkele kleine lunchtochten op het meer achter onze tuin. Een daarvan, zoals gedocumenteerd in de onderstaande afbeelding, is een toer die begint in het centrum van het dorp (in de buurt van de kerk). De andere begon aan onze kant van het meer (links buiten de foto) helemaal naar de kerk en terug.

Als je het graag zelf wilt proberen (ik kan het alleen maar aanraden), zijn er een aantal dingen waar je rekening mee moet houden.

Veiligheid:
– Controleer de kwaliteit van het ijs en de lokale aanbevelingen. Ik leer elke winter meer en meer over veilig ijs en patronen, maar ben ik geen expert, dus ik controleer de berichten van dorpelingen.
– Neem ijsprikken mee. Ik heb ze nog nooit gebruikt en hoop dat ze nooit te moeten testen, maar heb ze altijd bij.
– Pootjescontrole: Sneeuw en ijs kunnen van dag tot dag verschillen. Sneeuw is soms zacht en fluffy, soms als zand en soms scherp als glas. Ook ijs kan glad liggen als cement of ruw en scherp
– Laat anderen weten waar je bent.
– Pas je snelheid aan de hond(en) aan. Ik weet dat ik nooit zo snel zal kunnen gaan als dat Lizzie zou wensen, maar ik ken alle 3 mijn honden wel goed genoeg om een tempo te vinden dat werkt. Een soort matige draf is ideaal voor een langere afstand.

Comfort:
– Ik gebruik slip-on spikes voor mijn schoenen/sneeuwlaarzen om een ​​betere grip op het ijs te hebben.
– Op het ijs geef ik mijn honden de vrijheid om te rennen waar ze willen. Ik zou het zelf misschien gemist hebben maar automatisch kozen ze ervoor om te rennen op de zijkanten waar een dun laagje sneeuw op het ijs ligt. Op langere tochten houd ik ze aangelijnd om snelheid en inspanning te beheersen.
– Neem wat eten en een extra laag kleding mee (meestal neem ik een extra puffervest en wat nootjes mee).
– Opruimen wat de honden achterlaten. (Ik hang de zakjes aan de zijkant van de slee en het is bevroren tegen de tijd dat ik aankom).