Ik werd wakker met een idee, een goestingske. Ons weekend-plan kon niet doorgaan, maar dat is geen reden om in de zetel te blijven hangen.

We verzamelden de slaapzakken, wat brood en beleg en bolden rustig richting de kust samen met de doggies. Ze waren een tikje verrast, vermoed ik, door de combinatie van grote hoeveelheid warme dekens en het heerlijk ruikende verse brood dat hun reukzin prikkelde.

Het strand was nagenoeg verlaten, op een paar vissers na. Al vanaf ons arriveren waren ze wildenthousiast.
Een ‘ nee’ (bv niet achter konijnen lopen) vergeten ze snel, maar als het gaat om 1 van hun favoriete wandelplekken dan hebben ze verdorie een olifantengeheugen!
Het kostte hen veel moeite om nog even netjes mee te lopen tot aan het strand, maar eenmaal los was de ontlading des te groter. Vier exploderende bommetjes sjeesden het strand op om te rennen, rollen, grollen en pootje baden tot de zon een dutje ging doen achter de horizon.

Nog voor die zon goed en wel wakker was, renden wij alweer rond op een verlaten strand terwijl we in de verte dikke regenbuien boven het water konden zien zweven.
Met vol enthousiasme lieten de honden de meeuwen opvliegen, niet goed wetende of ze die beesten willen vangen of het al plezant genoeg is om ze gewoon van het strand te jagen.

 

 

Hongerig van de zeelucht en de strandwandeling waren we de honden net nog aan het afdrogen toen een klein wit vogeltje naast de auto landde.
Een parkiet, dacht ik, met zeer beperkte vogelkennis.
Een tamme vogel, zoveel kon ik wel uitmaken.

Het brood dat ik gaf moest ie niet, maar ik kon het frele beestjes wel zo oppakken. Even toch, want nadien begon het in mijn vingers te bijten.
Vrolijk genietend van de vrijheid huppelde het verder terwijl ik een plan bedacht.
Maarja, wat doe je met een parkiet, zo op een vroege ochtend aan zee?
Met een handdoek als bescherming tegen het bijten ging ik bij de huizen het dichtst bij horen of iemand een parkiet mistte, of dat ze misschien iets van doosje hadden om het te vervoeren.
" euh, een plastic zak hebben we wel?" opperde een niet al te snuggere maar goedbedoelende oudere dame.

Dan maar de auto in, wat rondbellen, en uiteindelijk arriveren aan het plaatselijk dierenasiel (met de armen ondertussen in kramp). De supervriendelijke dame daar wilde meteen helpen en haalde een kooitje waarin het vogeltje -dat volgens haar dus een dame was terwijl ik het de hele tijd kereltje noemde- meteen een bakje vers water kreeg.

Erg gelukzalig leek het beestje niet, zo in een kooi, terwijl ze even daarvoor nog in vrijheid rondfladderde. Maar het kleine witte ding zou letterlijk een vogel voor de kat zijn, gezien ze zelfs in onze 4 monsters geen kwaad zag.
Ze zou alvast alle nodige zorg krijgen om weer aan te sterken, dat verzekerde ze ons.

Het gaat je goed klein vogeltje!